Honderd jaar Rilke
- 6 mrt
- 2 minuten om te lezen

Dit jaar is het honderd jaar geleden dat de grote dichter Rainer Maria Rilke stierf. In zijn laatste levensjaren trok hij zich regelmatig terug in een oude woontoren uit de dertiende eeuw in Wallis. Daar ontstond in 1924 ook het gedicht Voorjaar. Het begint met de woorden: “De hardheid verdween. Opeens legt zich zachtmoedigheid neer op het ontblote grijs van de weiden.” De hardheid van de winter, met ijs en kou, is verdwenen en de van sneeuw bevrijde weiden tonen het grijze aardoppervlak. Het landschap verandert. Zachtjes doet de lentzon ijs en sneeuw smelten en lokt ze de eerste voorboden van de lente naar buiten, zoals sneeuwklokjes en krokussen. In het woord “zachtmoedigheid” klinkt voor mij iets teder en zorgzaams door. “Tederheden” volgen letterlijk later in het gedicht, als Rilke schrijft: “Kleine wateren veranderen hun toon. Tederheden, onnauwkeurig, grijpen vanuit de ruimte naar de aarde.” Het voelbaar verwarmende licht van de zon doet water kabbelen en de tedere, ongrijpbare luchtbewegingen winnen ruimte op aarde.
Rilkes gedicht nodigt mij uit om aandachtig te zijn voor de wissel van de seizoenen. Misschien gaat die verandering door de klimaatverandering sneller dan honderd jaar geleden, maar alle natuurlijke groei vraagt ook nu zijn tijd. Zijn woorden moedigen mij aan om momenten van stilstand te nemen, om de voortekenen van de lente waar te nemen: de schuchter opschietende eerste bloemen en de terughoudende vogelzang.
Dat geldt, naar mijn idee, ook voor het leven zelf. Momenten van pauze doen ons goed, om tekenen van verandering op te merken. Het kan helpen om waar te nemen dat er na een zware ziekte tekenen van herstel zijn, dat donkere schaduwen die op de ziel rusten langzaam vervagen en vreugde ontluikt, of dat na perioden van mislukking weer kleine successen verschijnen. En zo geldt dat ook voor ons geestelijk leven. Vaak zien we alleen wat zwaar is, wat niet lukt. Met de liefdevolle blik van God bezien, zijn er toch ook kleine groeistappen: wanneer een verhard hart ontdooit en weer openstaat voor nieuw en mooi leven.
We gaan naar Pasen toe, het feest van de opstanding van Christus. Deze voorbereidingstijd kunnen we gebruiken om tedere sporen van nieuw ontluikend leven in ons eigen leven te ontdekken. Misschien doet het goed om ’s avonds even de tijd te nemen en de dag met liefdevolle aandacht te overdenken. Waarvoor kan ik vandaag dankbaar zijn? Wat heeft mij vandaag vreugde geschonken? Wat heeft mij kracht gegeven voor deze dag? Waar kan ik sporen van Jezus in mijn leven herkennen? Om Zijn aanwezigheid te ontdekken, hebben we aandacht nodig, open ogen en oren, en een open hart.
Een gezegende vastentijd.




Opmerkingen