Nooit gescheiden van God
- 5 uur geleden
- 2 minuten om te lezen

Wat als de vrede, de geborgenheid en de liefde waar je naar verlangt, niet ergens in de toekomst liggen — maar de grond zijn waarop je nu al staat?
Het is een gedachte die tegelijk eenvoudig en ontregelend is. We zijn zo gewend te denken in afstand: tussen ons en God, tussen zoeken en vinden, tussen tekort en vervulling. Maar de middeleeuwse mysticus Meister Eckhart wijst een andere richting. Niet vooruit, maar naar binnen. Niet naar iets dat nog moet komen, maar naar wat er altijd al is.
Eckhart spreekt over de grond van de ziel: die diepe, stille plek in ons, voorbij gedachten, gevoelens en rollen. Daar, zegt hij, is geen scheiding tussen God en mens. “Gods grond is mijn grond en mijn grond is Gods grond.” Geen afstand, geen kloof — maar een gedeelde oorsprong.
Dat klinkt misschien groot, of zelfs moeilijk te bevatten. En toch raakt het aan een herkenbare ervaring. Er zijn momenten waarop alles even stilvalt. Waarin je niet bezig bent met gisteren of morgen. Een ogenblik van aanwezigheid, eenvoudig en helder. In die ruimte is er geen zoeken. Geen streven. Alleen zijn.
Volgens Eckhart is dát de plek waar God is. Niet als een verre werkelijkheid, maar als de dragende grond van alles wat is — ook van jou.
Dat vraagt een verschuiving in hoe we naar onszelf kijken. Het deel van ons dat zich zorgen maakt, dat blijft vergelijken of proberen te voldoen, noemt hij niet onze diepste kern. Dat is de oppervlakte, de golf. Onze ware grond is als de oceaan: stil, dragend, één.
De spirituele weg wordt dan geen zoektocht naar iets buiten ons, maar een langzaam ontwaken tot wat al waar is. Geen beweging van scheiding naar eenheid, maar het loslaten van de gedachte dat we ooit gescheiden waren.
Misschien verklaart dat ook iets van onze onrust. We blijven zoeken naar vervulling — in prestaties, in erkenning, in zekerheid — terwijl wat we ten diepste zoeken al aanwezig is. Niet ergens ver weg, maar hier. Nu.
Eckhart verwoordt het in een van zijn meest bekende zinnen:“Het oog waarmee ik God zie, is hetzelfde oog waarmee God mij ziet.”
Daarin ligt een diepe wederkerigheid. Geen afstand tussen de mens die zoekt en de God die gevonden wordt. Maar één beweging van zien, kennen en liefhebben.
Wat betekent dat voor ons dagelijks leven? Misschien niet dat alles ineens anders wordt. Maar wel dat er iets kan verschuiven. Een zekere mildheid. Minder krampachtig zoeken. Meer vertrouwen dat we gedragen worden, ook als we het niet voelen.
De uitnodiging is eenvoudig, maar niet gemakkelijk: om af en toe stil te vallen en te rusten in dat wat er al is. Zonder iets te hoeven bereiken. Zonder antwoord te forceren.
Misschien is dat wel het begin van innerlijke vrede.
Dus neem deze vraag eens met je mee, de dag in:Wat als datgene waar ik naar verlang, al de grond is waarop ik sta?
En kijk dan, heel zacht, wat zich aandient.




Opmerkingen